juni 10, 2009

Stel, je bent op Terschelling

Grasfalt – Een auditieve aanslag op uw verbeelding

Grasfalt

 

Veertien jonge schrijvers zijn verdwaald in het Terschellingse landschap en hebben daar hun verhalen achtergelaten. Nu is het uw beurt!

 

Zwerf buiten de vertrouwde bebouwde kom, langs ongebruikelijke wandelwegen vol ongetemde geluidsflarden. Vind de objecten die zich in het landschap hebben genesteld. Een tandem, een vuilnisbelt, een peepshowhokje, een glazen bol….Zij vertellen u graag hun verhaal. Over flinke ruzies, duistere geheimen, misplaatste openbaringen en poëtische mijmeringen. Soms lief, soms krankzinnig, maar altijd met twee voeten stevig in de duinen.

 

Laat u door de woorden bij de hand nemen langs veertien wonderlijke werelden! U zult niet onveranderd terugkeren naar waar u vandaan kwam.

 

Toegang: Oerolpaspoort Schrijvers: Joost Adriaanssens, Annet Bremen, Koen Caris, Esther Duysker, Maaike Geertsma, Sara van Gennip, Chiron Holwijn, Sander Janssens, Renée Kapitein, Jiska Koenders, Ninke Overbeek, Sytze Schalk, Ayla Schneiders, Stéphanie Tillieux. Coach vanuit de HKU, schrijfopleiding: Don Duyns

juni 8, 2009

meisje van plezier

het meisje van de albert heijn

wenste

het meisje aan de andere kant

veel plezier

 

met haar broodje

mei 18, 2009

Brief aan later

Liefste later,

laat mij weten

dat als je er bent

mei 4, 2009

Toilettes Les Halles: 40 cents

paris chic

april 16, 2009

Getietsjt

getietsjte verkazzemetoekelde pratsj

 

 

 

 

 

 

 

Er zijn woorden waar geen woord voor is.

Hier, ten opzichte van daar.

 

Natuurlijk zijn er hier huizen en tuinen en kinderen.

Net zoals er daar huizen en tuinen en kinderen zijn.

De mensen weten dat er hier heuvels zijn, dat het daar plat is.

Dat de g hier zachter is, de mensen langzamer praten. 

Terwijl daar alles harder, sneller, happiger is.

 

Dat weten de mensen.

En dan lachen ze.

Of ze vinden het hoogst irritant.

 

En toch.

Tietsjen is niet tikken.

Tuut is niet zak.

Pratsj is niet modder.

Sjravele is niet woelen.

Verkazzemetoekele is niet verpest of stuk of klaar-voor-de-sloop.

 

Dat vergeet ik soms.

Dan praat ik daar prima, maar vergeet ik dat hier woorden liggen die beter passen bij wat ik wil zeggen. Alleen passen deze  woorden niet bij de woorden van daar.

 

Dus doe ik alsof en praat ik als daar.

 

Ik weet van niets.

 

 

februari 17, 2009

Voor later

Op een avond zaten de eekhoorn en de kikker op het lelieblad van de kikker. De zon ging langzaam onder en in de verte klonk alleen het geritsel van de egel. Verder was het stil in het bos.

De eekhoorn en de kikker hadden honing gegeten en brieven aan elkaar geschreven. De wind bracht de brieven van de kikker namelijk nooit naar de eekhoorn. Ze hadden besloten de wind dan maar te omzeilen.

De eekhoorn bond de brieven met een lange grasspriet bij elkaar.  ‘Dankjewel voor je brieven,’ zei hij tegen de kikker en sprong van het blad.

‘Heb jij een droom over later?’ vroeg de kikker plotseling. Zijn ogen rolden een beetje heen en weer. Dat deed de kikker altijd als hij heel graag iets wilde weten.

De eekhoorn zweeg.

‘Nou?’ vroeg de kikker.

‘Ik zou graag verhalen willen vertellen,’ zei de eekhoorn. Zijn stem klonk ernstig en bedrukt.

Even keek de kikker hem verbaasd aan en begon toen hard te kwaken. De bel in zijn keel schoot op en neer.

De eekhoorn voelde zich ineens heel verdrietig. Zo verdrietig had hij zich al lang niet meer gevoeld. Zijn ogen prikten een beetje. Hij zou nu geen honing willen, terwijl hij eigenlijk altijd honing wilde.

‘Jij bent te slim om verhalen te vertellen,’ zei de kikker, ‘jij moet de nieuwe boktor worden!’

‘Maar ik ben geen boktor. Ik ben de eekhoorn!’ zei de eekhoorn.

Daar moest de kikker even over nadenken.

‘Ben je niet bang dat je geen verhalen kan vertellen?’ vroeg de kikker, ‘of dat niemand je verhalen wil horen? Je kan beter de nieuwe boktor worden, want dat kan je vast goed en iedereen wil dat.’

Daar had de kikker gelijk in, maar de eekhoorn werd moe van al het bezoek. Allemaal kwamen ze aan zijn deur, klopten hem uit bed, omdat ze van alles wilden weten. De reiger wilde weten waarom hij niet kon omvallen, het vuurvliegje wilde weten of het ooit uit zou gaan, de mier wilde weten wat missen was. Soms was zijn hoofd zo zwaar van alle gedachten, dat hij niet meer kon lopen. En als hij iets niet wist, werd iedereen boos.

Het hoofd van de eekhoorn duizelde. Hij wilde naar huis en in zijn bed onder de zwarte deken kruipen.

Toen haalde de kikker een klein zwart doosje tevoorschijn en zei: ‘Het is een mooie droom. Voor later. Je moet hem goed bewaren. Voor je het weet, vliegt hij weg.’

De eekhoorn fronste zijn wenkbrauwen.

‘Als je op een dag niet meer weet wat je moet dromen, of als je somber bent, dan kijk je in het doosje en gaat alles weer vanzelf,’ zei de kikker.

De eekhoorn keek naar het kleine zwarte doosje. Paste zijn droom daarin? Zou de droom dan niet verkreukelen en verbleken? Zou hij niet kunnen vallen en wegrollen?

De eekhoorn besloot het maar te proberen. Hij stopte zijn droom in het doosje, groette de kikker en ging naar huis.

Hij liep door het donkere bos en voelde zich veilig, met het doosje onder zijn arm.

januari 27, 2009

Tot het plaatje klopt

Weet je wat?

We blijven nog even.

Ja.

Laten we blijven.

 

Weet je wat?

We maken er wachten van.

Anders staan we hier maar wat te blijven.

Waar zou je dan nu het liefst op wachten?

 

Op het geluk?

Maar op welk geluk?

 

Op het geluk van het eerste ijsje van de lente?

De eerste keer weer met-zonder-jas?

 

Op het weer vinden van het kindergeluk?

Als het winnen van de dikste knikkers? Met uitpuilende zakken, maar niet tot scheurens toe?

Als het vinden van een tientje? Voor in je spaarvarken?

Als gewoon alleen maar een glas limonade willen.

 

Of op het geluk van het wakker worden van de zon, die door de gordijnen naar binnen schijnt en alles zorgeloos kleurt?

 

Op het geluk van de geur van schone was?

 

Op het geluk van dat het vrijdag is, weekend is, en dat het dan sneeuwt?

 

Op het geluk van een mooi gelukte tekst?

 

Op het geluk van ontbijten, met witte boterhammen met donkere hagelslag, en dan terug in bed kruipen?

 

Op het geluk van het vinden van een boek?

Dat je terugloopt. Niet koopt. Terugloopt. Niet koopt. Terugloopt. Niet koopt.

Terugloopt en koopt.

Op dat geluk?

Of op het lezen van de eerste bladzijde?

Het lezen van mooie zinnen?

Het lezen van de laatste?

 

Op het geluk dat papa of een andere man je fiets plakt, zonder dat je erom vroeg?

 

Op het geluk van het vinden van de mooiste schoenen?

Dat je terugloopt. Niet koopt. Terugloopt. Niet koopt. Terugloopt. Niet koopt.

Terugloopt en koopt.

Op dat geluk?

Of op ze voor het eerst aantrekken, ze voor het eerst vies maken?

 

Of op het geluk van helemaal niets hebben.?

Bloot van luxe, van toevalligheid, van kwetsbaarheid.

Zodat je het nooit zult verliezen.

 

Of op het geluk van het stilstaan bij de dingen die voorbij zijn, maar die toen toch best gelukkig waren?

 

Op het geluk van bevlogenheid? Als een geneeskundige met een ontdekking, of een muzikant met een solo?

 

Op het geluk van het geluk van oude mensen die samen zijn, verliefd zijn, ijsjes eten?

 

Op het geluk van applaus?

 

Op het geluk van eindeloze dagen, die eindigen in eindeloos kroeghangen?

 

Op het geluk van stil mogen zijn? Zonder dat iemand vraagt waarom je stil bent? Maar dat je gewoon stil mag zijn, omdat je nu eenmaal je stille momenten hebt, niet omdat je asociaal bent?

 

Op het geluk van gezonde, gelukkige, succesvolle mensen om je heen?

Of op het geluk dat als ze niet gelukkig zijn, je ze gelukkig mag maken? Meestal met eten?

 

Het geluk van dat je verliefd bent op iemand. En dat iemand op jou verliefd is. En dat dat dan dezelfde iemand is. Vol tomeloze overgave en vastgeklonken liefde.

 

Of op het geluk in het kleine hoekje?

 

Het is jouw geluk, jij mag kiezen.

 

Het geluk van dromen te hebben?

 

Wanneer je blijft wachten, hopen, zoeken, en je niet let op de grassprietjes die zachtjes je tenen kriebelen, blijft alles dan niet altijd alleen maar aan de horizon liggen?

 

Op het geluk van een mooi, groot, warm, oud huis met glas-in-loodramen, met een mooie, slimme, humoristische, goed geld verdienende, bevlogene, plezierige, lange, smalle, goed gevormde, creatieve, begripvolle, aandachtvolle-maar-ook-zijn-eigen-leven-hebbende man, en drie mooie, slimme, humoristische, bevlogene, plezierige, goed gevormde, creatieve, speelse kinderen, die dan in een grote keuken aan een grote tafel aan één stuk door knutselen, en dat het daar warm is en naar taart ruikt, maar dat je ondanks alles de vrijheid hebt, om te doen wat je wil, want jij hebt wel je oeuvre waar je ‘u’ tegen zegt, en blijft maar mooie dingen maken om andere mensen gelukkig te maken.

 

Wacht je op dat moment?

Totdat je klem zit? Gevangen in je geluk?

Of liever dan toch het geluk van een suikertante te zijn?

 

Wat dan?

 

Waar wacht je dan eigenlijk nog op?

januari 25, 2009

Verwarring

Het regent in mijn Gmail

en buiten

schijnt de zon.

januari 17, 2009

Liefde (I)

zo ja

januari 9, 2009

Ingetje Dingetje Ritspapier

Vandaag verloor ik mijn zusje.

Niet echt, niet ernstig. Maar wel een beetje.

 

Ze had haar koffer. Volgestouwd, zonder koekjes, zonder zomerschoenen. Die pasten niet meer. Je kan niet alles meenemen wat niet meer past. We zeiden ‘Voor die tijd zijn we allang langs geweest!’ met de verhalen van gescheiden mensen, geboren baby’s en wie nu weer wat heeft aan oog, oor, hart. Een koffer vol lege boekjes met veel plek. Twee knuffels als buffer, onzichtbaar in de zijkanten van haar tas. 

De sneeuw bevroor onze tenen. Een laatste kop koffie om op te warmen, terwijl koffie nooit zo snel tot in je tenen komt. De wind blies onze wangen koud. We huilden maar niet, want vastgevroren tranen, dat ziet er niet uit. En we zwaaiden ‘veel plezier geniet ervan!’. De trein trekt op, zij zoekt een plek voor zichzelf, de koffer. Ze vergeet te zwaaien. Maar wat moet je ook zwaaien naar mensen die blijven, ‘veel plezier geniet ervan’? 

Ineens is alles anders. Ik voel me klein. Niet meer alleen maar klein als ik ben, klein als altijd de kleinste, maar klein als dat zij ineens de oudste is en ik de jongste. Jong en niksig. Of juist oud en vastgekoekt? Ik ken geen andere lucht, geen andere geur dan thuis. De taal mijn taal, altijd een Albert Heijn in de buurt. De vorm van mijn matras als mij, de mensen die ik ken altijd bij de hand. Niets verandert, alles blijft, maar omdat de anderen veranderen, verander ik mee.

 

Vandaag kreeg mijn zus een zusje.

Niet echt, niet ernstig. Wel saai en apetrots.

 

En jawel! Het grote meisje schrijft ook een verhaal. En wel hier.