Weet je wat?
We blijven nog even.
Ja.
Laten we blijven.
Weet je wat?
We maken er wachten van.
Anders staan we hier maar wat te blijven.
Waar zou je dan nu het liefst op wachten?
Op het geluk?
Maar op welk geluk?
Op het geluk van het eerste ijsje van de lente?
De eerste keer weer met-zonder-jas?
Op het weer vinden van het kindergeluk?
Als het winnen van de dikste knikkers? Met uitpuilende zakken, maar niet tot scheurens toe?
Als het vinden van een tientje? Voor in je spaarvarken?
Als gewoon alleen maar een glas limonade willen.
Of op het geluk van het wakker worden van de zon, die door de gordijnen naar binnen schijnt en alles zorgeloos kleurt?
Op het geluk van de geur van schone was?
Op het geluk van dat het vrijdag is, weekend is, en dat het dan sneeuwt?
Op het geluk van een mooi gelukte tekst?
Op het geluk van ontbijten, met witte boterhammen met donkere hagelslag, en dan terug in bed kruipen?
Op het geluk van het vinden van een boek?
Dat je terugloopt. Niet koopt. Terugloopt. Niet koopt. Terugloopt. Niet koopt.
Terugloopt en koopt.
Op dat geluk?
Of op het lezen van de eerste bladzijde?
Het lezen van mooie zinnen?
Het lezen van de laatste?
Op het geluk dat papa of een andere man je fiets plakt, zonder dat je erom vroeg?
Op het geluk van het vinden van de mooiste schoenen?
Dat je terugloopt. Niet koopt. Terugloopt. Niet koopt. Terugloopt. Niet koopt.
Terugloopt en koopt.
Op dat geluk?
Of op ze voor het eerst aantrekken, ze voor het eerst vies maken?
Of op het geluk van helemaal niets hebben.?
Bloot van luxe, van toevalligheid, van kwetsbaarheid.
Zodat je het nooit zult verliezen.
Of op het geluk van het stilstaan bij de dingen die voorbij zijn, maar die toen toch best gelukkig waren?
Op het geluk van bevlogenheid? Als een geneeskundige met een ontdekking, of een muzikant met een solo?
Op het geluk van het geluk van oude mensen die samen zijn, verliefd zijn, ijsjes eten?
Op het geluk van applaus?
Op het geluk van eindeloze dagen, die eindigen in eindeloos kroeghangen?
Op het geluk van stil mogen zijn? Zonder dat iemand vraagt waarom je stil bent? Maar dat je gewoon stil mag zijn, omdat je nu eenmaal je stille momenten hebt, niet omdat je asociaal bent?
Op het geluk van gezonde, gelukkige, succesvolle mensen om je heen?
Of op het geluk dat als ze niet gelukkig zijn, je ze gelukkig mag maken? Meestal met eten?
Het geluk van dat je verliefd bent op iemand. En dat iemand op jou verliefd is. En dat dat dan dezelfde iemand is. Vol tomeloze overgave en vastgeklonken liefde.
Of op het geluk in het kleine hoekje?
Het is jouw geluk, jij mag kiezen.
Het geluk van dromen te hebben?
Wanneer je blijft wachten, hopen, zoeken, en je niet let op de grassprietjes die zachtjes je tenen kriebelen, blijft alles dan niet altijd alleen maar aan de horizon liggen?
Op het geluk van een mooi, groot, warm, oud huis met glas-in-loodramen, met een mooie, slimme, humoristische, goed geld verdienende, bevlogene, plezierige, lange, smalle, goed gevormde, creatieve, begripvolle, aandachtvolle-maar-ook-zijn-eigen-leven-hebbende man, en drie mooie, slimme, humoristische, bevlogene, plezierige, goed gevormde, creatieve, speelse kinderen, die dan in een grote keuken aan een grote tafel aan één stuk door knutselen, en dat het daar warm is en naar taart ruikt, maar dat je ondanks alles de vrijheid hebt, om te doen wat je wil, want jij hebt wel je oeuvre waar je ‘u’ tegen zegt, en blijft maar mooie dingen maken om andere mensen gelukkig te maken.
Wacht je op dat moment?
Totdat je klem zit? Gevangen in je geluk?
Of liever dan toch het geluk van een suikertante te zijn?
Wat dan?
Waar wacht je dan eigenlijk nog op?